containers

Expeditie
De expediteur is de spin in het web van het (inter)nationale transport, zij is een onmisbare link tussen afzender (de “lading”) en vervoerder. De expediteur sluit met zijn opdrachtgever (de afzender) een expeditie-overeenkomst, waarna zij vervolgens (onder andere) met de vervoerder een vervoerovereenkomst zal sluiten. Wanneer tijdens het daaropvolgende vervoer schade ontstaat valt de expediteur er door het geven van een zogenoemde ‘expeditieverklaring’ ten opzichte van haar opdrachtgever “tussenuit”. De afzender kan met die expeditieverklaring de vervoerder aanspreken als ware hij zelf partij bij de vervoerovereenkomst met de vervoerder.

Echter, in de omgekeerde situatie, wanneer de vervoerder een vordering heeft bijvoorbeeld ter zake (zee-)vracht, demurrage of schade aan het vervoermiddel/schip veroorzaakt door de lading, valt de expediteur er niet zomaar tussenuit. Dit omdat de hoedanigheid van de expediteur ten opzichte van de vervoerder een hele andere is dan ten opzichte van de opdrachtgever. Ten opzichte van de vervoerder zal de expediteur doorgaans in eigen naam, en niet namens de opdrachtgever, handelen. Indien een expediteur in eigen naam boekt bij een vervoerder is de expediteur de contractuele wederpartij van de vervoerder. Een vordering ter zake (zee-)vracht, (container)demurrage of schade aan het schip zal de vervoerder daarom tegen de expediteur instellen. De meeste expediteurs hanteren in hun verhouding met de opdrachtgever de FENEX-voorwaarden. Op grond van deze algemene voorwaarden kan de expediteur een vordering van de vervoerder ‘doorschuiven’ naar de opdrachtgever. Zo is in de FENEX-voorwaarden onder meer bepaald dat alle handelingen voor rekening en risico van de opdrachtgever geschieden. Dit betekent echter niet zonder meer dat de opdrachtgever dit ook daadwekelijk voetstoots accepteerd en/of verhaal biedt.

Beperken van risico
Er is een aantal aandachtspunten te benoemen aan de hand waarvan de risico’s die expediteurs lopen kunnen worden beperkt. Bijvoorbeeld door een goed beeld te krijgen van de opdrachtgever. De professionaliteit, het land van vestiging en de financiële draagkracht van de opdrachtgever zijn voorbeelden van factoren die meegewogen moeten worden bij het sluiten van een expeditie-overeenkomst. Een onbetrouwbare of onvermogende opdrachtgever is een potentieel risico voor de expediteur. Dit geldt eens te meer als de opdrachtgever in een “exotisch” land is gevestigd waar het in de praktijk zeer lastig is om een vordering te innen.

Bovendien is het van belang voorzichtig om te gaan met het uit handen geven van het cognossement (Bill of Lading, of B/L), de expediteur geeft dan immers veel rechten prijs. Zonder cognossement kan de opdrachtgever zich in veel gevallen geen “toegang” tot vervoerde goederen verschaffen. Het vasthouden van de set Bs/L kan dus een ideaal drukmiddel zijn om de opdrachtgever van de expediteur tot presteren te dwingen. Maar, opgepast indien de opdrachtgever vervolgens zeer lang wacht met het in ontvangst nemen van de goederen in de loshaven, zal de vervoerder de expediteur confronteren met demurrage en opslagkosten. De expediteur kan deze situatie niet zelfstandig beëindigen omdat zij niet gerechtigd is tot het in ontvangst nemen van de goederen. De expediteur heeft op grond van de FENEX-voorwaarden een pandrecht en een retentierecht op alle zaken, documenten en gelden die hij onder zich heeft. De expediteur kan met een beroep op dit retentierecht afgifte aan de opdrachtgever van het de set Bs/L weigeren totdat zijn opdrachtgever heeft betaald, of voldoende zekerheid heeft gesteld voor een (dreigende) demurrage vordering van de vervoerder.

Verder is het van groot belang voor de expediteur weloverwogen de keuze te maken om in eigen naam, of in naam van de opdrachtgever te boeken. Bij deze tweede variant wordt in plaats van de expediteur, de opdrachtgever gebonden aan de vervoerovereenkomst, mits de expediteur in het bezit is van een toereikende volmacht. Indien de expediteur geen volmacht heeft dient de expediteur namelijk alsnog in te staan voor de overeenkomst wegens onbevoegde vertegenwoordiging (artikel 3:70 BW). Indien de expediteur (bevoegd) in naam van haar opdrachtgever boekt kan de vervoerder de opdrachtgever direct aanspreken voor vracht of (container)overliggelden.

Kortom, om juridisch veilig(er) te handelen als expediteur is het van belang bewust uw opdrachtgever te kennen en zorgvuldig te overwegen welke partij(en) de expediteur beoogt te binden aan een vervoerovereenkomst. Alsmede is het van belang niet zomaar de vervoersdocumenten uit handen te geven. Zo voorkomt de expediteur dat hij klem komt te zitten tussen de vervoerder en de opdrachtgever.