containers

In het (internationale) wegvervoer is het de hoofdverplichting van de vervoerder om de goederen in dezelfde staat af te leveren als waarin hij de goederen heeft ontvangen. Indien de goederen gedurende het vervoer beschadigd raken, verloren gaan of vertraagd worden afgeleverd is de vervoerder op grond van artikelen 17 en 23 van het CMR-verdrag aansprakelijk en gehouden om de schade te vergoeden. Contractuele afspraken die afwijken van het CMR-verdrag zijn niet geldig en niet af te dwingen. Naast deze hoofdverplichting van ‘behouden vervoer’ kan tussen de afzender en de vervoerder zijn afgesproken dat de vervoerder nog allerlei andere zaken zal verzorgen. Gedacht kan worden aan het verzorgen van douaneformaliteiten of het doorgeven van informatie zoals in welke container een bepaalde zending is geladen. Voor sommige van deze ‘nevenverplichtingen’ zijn regels opgenomen in het CMR-verdrag. Zo regelt art. 11 CMR-verdrag de gevolgen van het verlies van douanedocumentatie, waardoor deze niet meer kan worden ‘gezuiverd’ en accijns verschuldigd is. Lange tijd is het onduidelijk geweest wat de gevolgen zijn wanneer schade ontstaat onder een vervoerovereenkomst waarop het CMR-verdrag van toepassing is, maar de geschonden verplichting niet door het CMR-verdrag wordt geregeld. Is de vervoerder dan aansprakelijk voor die schade, of is het zo dat de vervoerder, op grond van de aansprakelijkheidsregeling van het CMR-verdrag, uitsluitend aansprakelijk is voor verlies, beschadiging of vertraging, en verder voor niets aansprakelijk?

Deze vraag is van groot belang, omdat vervoerders meer en meer logistieke dienstverleners worden die allerhande ‘nevenverplichtingen’ op zich nemen. In een recent arrest heeft de Hoge Raad (Schenker/Transfennica, 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3624) duidelijkheid geschapen over deze vraag.

Feiten
Een vervoerder (Transfennica) krijgt de opdracht van een afzender (Schenker) om een aantal zendingen Nokia artikelen te vervoeren. Het vervoer vindt plaats van Nederland naar Finland. Op de vervoerovereenkomst is het CMR-verdrag van toepassing. Op de CMR vrachtbrieven wordt per zending aangegeven in welke container zij zijn geladen. Het vervoer wordt uitgevoerd en de containers worden afgeleverd in Finland. De vervoerder geeft tevens, op verzoek van de afzender, per e-mail door welke zending in welke container is geladen. De informatie die de vervoerder aan de afzender verschaft bevat echter een fout. In de e-mail van de vervoerder aan de afzender worden een drietal containernummers en zendingen verwisseld. De afzender laat de zendingen vervolgens door een andere vervoerder ‘door’ vervoeren naar Rusland. De afzender heeft echter aan de hand van de foute gegevens van de e-mail van de vervoerder de TIR-carnets aangevraagd. Bij de Russische grens constateert de Russische douane dat de gewichten van de zendingen afwijken van de op de TIR-carnets vermelde gegevens. De zendingen worden vastgehouden, hetgeen kosten (truck demurrage en opslagkosten) en boetes veroorzaakt. Deze kosten/boetes probeert de afzender te verhalen op de vervoerder die de onjuiste gegevens heeft verstrekt.

Oordeel van de rechtbank
In eerste aanleg geeft de rechtbank de afzender gelijk en wijst de vordering toe. De afzender stelt dat de vervoerder voor de schade (de kosten en de boetes) aansprakelijk is. Dit, omdat de vervoerder tekort is geschoten in de contractuele verplichting om de gevraagde informatie te verstrekken. De vervoerder heeft immers onjuiste gegevens verstrekt. De vervoerder verweert zich met de stelling dat hij onder het CMR-verdrag uitsluitend aansprakelijk is voor verlies/beschadiging van de goederen of vertraging, en niet voor de kosten en boetes die de afzender vordert. Er is geen sprake van schade aan de goederen, laat staan dat te laat is afgeleverd. Daarom meent de vervoerder dat hij niet aansprakelijk is. De rechtbank stelt vast dat dit verweer niet slaagt, omdat het CMR-verdrag niet voorziet in een uitputtende regeling voor de aansprakelijkheid van de vervoerder. De vervoerder is volgens de rechtbank aansprakelijk en gehouden de schade te vergoeden.

Oordeel van het gerechtshof
De vervoerder laat het er niet bij zitten en gaat in hoger beroep bij het gerechtshof. Het gerechtshof geeft de vervoerder gelijk. De motivering die het gerechtshof daarvoor geeft is dat de contractuele verhouding tussen de vervoerder en de afzender ‘omkaderd en beperkt is door de transportopdracht waarop de CMR van toepassing is’. Het gerechtshof stelt vervolgens vast dat de goederen tijdig en in goede staat in Finland zijn afgeleverd. De ‘fout’ van de vervoerder heeft niet gedurende het vervoer van Nederland naar Finland voor schade gezorgd, daarom is de vervoerder niet aansprakelijk.

De consequentie van de door het gerechtshof gevolgde redenering is dat, zolang de goederen maar tijdig en in goede staat worden afgeleverd, het niet uitmaakt of er schade wordt veroorzaakt door het schenden van allerlei ‘bijkomende’ afspraken. Deze schade kan niet verhaald worden op de vervoerder.

Arrest van de Hoge Raad
De afzender gaat tegen het arrest van het gerechtshof in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat het gerechtshof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verplichting tot juiste gegevensverstrekking niet tot aansprakelijkheid kan leiden op grond van de vervoervoerovereenkomst waarop  het CMR-verdrag van toepassing is. Het CMR-verdrag regelt deze aansprakelijkheid niet en staat ook niet aan het aannemen daarvan in de weg. Uiteindelijke krijgt de afzender derhalve gelijk.

Wat leert deze uitspraak ons?
Het CMR-verdrag voorziet niet in een uitputtende regeling van de aansprakelijkheid van de vervoerder. Art. 17 van het CMR-verdrag regelt uitsluitend de aansprakelijkheid van de vervoerder voor verlies van of schade aan door hem vervoerde zaken, en voor vertraging in de aflevering. Voor andere schade dan deze kan de vervoerder aansprakelijk zijn op grond van het toepasselijke nationale recht.

Dit arrest van de Hoge Raad is van groot belang, omdat vervoerders in logistieke contracten naast de verplichting van ‘behouden vervoer’ in de regel ook diverse andere verplichtingen aangaan. Voordat dit arrest werd gewezen was het onduidelijk of een vervoerder aansprakelijk kon zijn indien door het schenden van die andere verplichtingen schade ontstond. Uit dit arrest volgt dat dit mogelijk is.