containers

In de Nederlandse logistieke sector zijn de Fenex-voorwaarden of Fenex-condities (de ‘Algemene Voorwaarden van de FENEX, de Nederlandse Organisatie voor Expeditie en Logistiek’) al jaren een begrip. Het merendeel van de expediteurs en logistieke dienstverleners werken onder de toepasselijkheid van deze algemene voorwaarden.
In de Fenex-voorwaarden worden een divers aantal onderwerpen geregeld die voor de dagelijkse werkzaamheden van de expediteur van belang zijn. Zoals de wijze van betaling en betalingstermijnen, de verplichting van de opdrachtgever om de kosten, zoals bijvoorbeeld container demurrage, die de expediteur maakt te vergoeden, het pand- en retentierecht, en het aansprakelijkheidsregime met een aansprakelijkheidslimiet.
 
In het geval dat tussen een opdrachtgever en de expediteur een geschil ontstaat zijn de Fenex-voorwaarden van groot belang. De Fenex-voorwaarden bevatten namelijk ook een regeling waarin de bevoegde rechter wordt aangewezen.
Kort samengevat komt de regeling in de Fenex-condities erop neer dat de expediteur voor onbetaalde en niet betwiste facturen terecht kan bij de rechtbank waar hij zelf gevestigd is. Wanneer de expediteur echter door zijn opdrachtgever bijvoorbeeld in geval van schade wordt aangesproken, én bij tijdig betwiste facturen, zijn arbiters exclusief bevoegd. De overheidsrechter is in dat geval niet bevoegd.
 
Ondanks deze regeling in de Fenex-condities komt het geregeld voor dat opdrachtgevers toch een expediteur dagvaarden voor de overheidsrechter. In dat geval zal een expediteur een beroep willen doen op de onbevoegdheid van de overheidsrechter, omdat arbitrage is overeengekomen. De discussie die volgt, gaat daarna vaak over de vraag of de Fenex-condities, met daarin het arbitraal-beding, van toepassing zijn.
 
De Fenex-condities zijn algemene voorwaarden. In het algemeen wordt de vraag of algemene voorwaarden overeen zijn gekomen bepaald aan de hand van de regels van aanbod en aanvaarding. Er moet dus sprake zijn van een aanbod van de expediteur waarin de Fenex-voorwaarden van toepassing worden verklaard, dat vervolgens door de opdrachtgever uitdrukkelijk of stilzwijgend is aanvaard.
 
In recente jurisprudentie van de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2016:4923) worden echter nog strengere eisen gesteld aan het van toepassing zijn van het arbitraal beding in de Fenex-voorwaarden. In de zaak waarin de Rechtbank Rotterdam besliste, werd tussen een opdrachtgever en een expediteur een expeditie- of een vervoerovereenkomst gesloten. Daarover waren partijen het oneens. Onderaan de e-mails van de expediteur werden Fenex-condities van toepassing verklaard. Tijdens het vervoer dat heeft plaatsgevonden ontstond ladingschade. De opdrachtgever sprak de expediteur aan tot vergoeding van die ladingschade. De expediteur deed vervolgens een beroep op de onbevoegdheid van de Rechtbank Rotterdam, op grond van het arbitraal beding in de Fenex-voorwaarden.
De Rechtbank Rotterdam stelde allereerst vast dat toepasselijkheid van de Fenex-condities niet uitdrukkelijk overeen is gekomen. De Rechtbank oordeelde vervolgens dat men er bij de toepasselijkheid van de Fenex-voorwaarden niet te lichtvaardig op mag vertrouwen dat deze stilzwijgend worden aanvaard indien geen expeditie maar vervoer overeen is gekomen. Dit, omdat bij de Fenex-condities in de eerste plaats gedacht wordt aan algemene voorwaarden die zien op expeditiewerkzaamheden en niet op vervoer.
De rechtbank oordeelt vervolgens over de vraag of in dit geval expeditie of vervoer overeen is gekomen en komt tot de conclusie dat sprake is van een vervoerovereenkomst. De Rechtbank verbond hieraan het gevolg dat de Fenex-voorwaarden niet stilzwijgend overeen zijn gekomen. Het arbitraal beding in de Fenex-voorwaarden was derhalve niet van toepassing, en de Rechtbank Rotterdam was toch bevoegd.
De Rechtbank Rotterdam betrekt op deze wijze de inhoud van de overeenkomst (vervoer of expeditie) bij de vraag of de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn. De vraag is of dit juist is. Fenex-voorwaarden kunnen heel wel ook op een vervoerovereenkomst van toepassing zijn omdat in de Fenex-voorwaarden allerlei bepalingen staan die zich prima verdragen met een vervoerovereenkomst of zelfs specifiek op vervoer zijn toegesneden. Dat is alleen anders daar waar het gaat over de aansprakelijkheid. In geval van internationaal wegvervoer is het CMR verdrag dan dwingend van toepassing en in zoverre worden dan de Fenex-voorwaarden opzij gezet. De Fenex-voorwaarden voorzien hier zelfs in.
 
Ondanks dat kritiek op de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam mogelijk is, dienen expediteurs er rekening mee te houden dat de opdracht die zij aannemen wordt aangemerkt als een vervoerovereenkomst. Het gevolg kan zijn dat dat strengere eisen worden gesteld aan de toepasselijkheid van de Fenex-voorwaarden. Expediteurs doen er dan ook verstandig aan advies in te winnen over de wijze waarop zij de Fenex-voorwaarden van toepassing verklaren.