containers

Beperking van risico's voor expediteurs

Expeditie
De expediteur is de spin in het web van het (inter)nationale transport, zij is een onmisbare link tussen afzender (de “lading”) en vervoerder. De expediteur sluit met zijn opdrachtgever (de afzender) een expeditie-overeenkomst, waarna zij vervolgens (onder andere) met de vervoerder een vervoerovereenkomst zal sluiten. Wanneer tijdens het daaropvolgende vervoer schade ontstaat valt de expediteur er door het geven van een zogenoemde ‘expeditieverklaring’ ten opzichte van haar opdrachtgever “tussenuit”. De afzender kan met die expeditieverklaring de vervoerder aanspreken als ware hij zelf partij bij de vervoerovereenkomst met de vervoerder.

COM_TAGS_READ_MORE

Betreden op eigen risico

Iedereen die wel eens in de haven komt kent ze wel. Borden die naast een toegangspoort of langs een kade staan met teksten als ‘het betreden van het terrein geschiedt op eigen risico’ of ‘voor schade en/of letsel is de terminal niet aansprakelijk’, een zogenoemd ‘terreinbord’. Dat zulke terreinborden in ieder geval aansporen tot waakzaamheid spreekt voor zich. Wanneer, bijvoorbeeld bij belading of lossing op een terminal, een schip of vrachtwagen wordt beschadigd doemt de vraag op of de terminal met een beroep op het terreinbord haar aansprakelijkheid voor die schade kan uitsluiten.

Deze vraag speelt met name, omdat de eigenaar van de vrachtwagen of het schip in de regel geen contract heeft met de terminal. De eigenaar van de vrachtwagen of het schip zal namelijk vaak zijn ingeschakeld door een ladingeigenaar of een bevrachter en niet door een terminal. Het gevolg is dat wanneer een vrachtwagen of een schip gedurende de belading beschadigd raakt, de eigenaar van die vrachtwagen of dat schip de terminal niet op grond van schending van een overeenkomst kan aanspreken maar uitsluitend op grond van onrechtmatige daad. Deze eigenaar kan dan niet volstaan met de enkele stelling dat bijvoorbeeld een kraan van de terminal schade heeft veroorzaakt, maar hij zal moeten aantonen dat de terminal, of diens personeel, onrechtmatig heeft gehandeld. Bijvoorbeeld doordat de kraan op onzorgvuldige wijze is bediend.

Indien de eigenaar van de vrachtwagen of het schip daarin slaagt zal de terminal zich op de uitsluiting van aansprakelijkheid op het terreinbord willen beroepen. Uit rechtspraak blijkt dat het mogelijk is om door middel van terreinborden aansprakelijkheid uit te sluiten. Er is echter een aantal valkuilen die er voor kunnen zorgen dat de terminal ondanks het plaatsen van een terreinbord niet aan haar aansprakelijk ontsnapt.

Vanuit het perspectief van de terminal is het van belang om bij plaatsing van een terreinbord te bedenken op welke wijze derden (chauffeurs/schippers) het terrein kunnen betreden. Dit, omdat allicht bewezen moet worden dat de chauffeur of de schipper kennis heeft kunnen nemen van het bord. Dit punt speelde in het vonnis van de Rechtbank Breda van 17 november 2010 (S&S 2011/51). De rechtbank oordeelde in dat vonnis dat de terminal geen beroep toekomt op een bij de ingang van het terrein geplaatst terreinbord, omdat dit bord niet is geplaatst op de kade waar schepen aanmeren en de schipper het bord niet heeft gezien. Wanneer uitsluitend een bord is geplaatst bij de straattoegang van een terrein kan een schipper dit, naderend vanaf het water, natuurlijk niet zien, en kan hij er niet aan zijn gebonden. Hetzelfde geldt voor een bord waarop de tekst te klein is om vanuit een vrachtwagencabine te kunnen lezen. Dit argument werd opgeworpen door (verzekeraar van) een vrachtwagen in het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 28 maart 2014 (S&S 2015/7). In die procedure kwam echter vast te staan dat het bord een afmeting heeft van 1 meter bij 50 centimeter, zodat het niet over het hoofd te zien was. Wanneer niet komt vast te staan dat kennis genomen is van het bord komt de terminal geen beroep toe op het bord.

Wanneer het bord voldoende kenbaar en duidelijk is, en de chauffeur of de schipper vervolgens toch het terrein betreedt kan dit betreden worden begrepen als het aanvaarden van het bord. De vraag is vervolgens wat de tekst die op het bord staat betekent? Het Hof Den Haag (S&S 2014/72) heeft in haar arrest van 25 februari 2014 geoordeeld dat het er bij de uitleg van de tekst op een terreinbord aankomt op de zin die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan de betreffende mededeling moet worden toegerekend. Oftewel, hoe had de chauffeur of de schipper de tekst die op het terreinbord staat redelijkerwijs moeten begrijpen? Als een aansporing om alert of waakzaam te zijn, of als een uitsluiting van aansprakelijkheid voor bepaalde schade? De rechtspraak lijkt strikt te zijn: de enkele mededeling dat het betreden van een terrein geschiedt op eigen risico is onvoldoende om te worden begrepen als een uitsluiting voor aansprakelijkheid van schade (Rechtbank Rotterdam 9 juli 2014 S&S 2014/141). Wanneer de bewoording wél duidt op het risico op schade aan vervoermiddelen als gevolg van de werkzaamheden op de terminal, komt de terminal wel een beroep toe op uitsluiting van aansprakelijkheid (Rechtbank Rotterdam 28 maart 2014 S&S 2015/7).  

Zowel de plaatsing alsook de bewoording van een terreinbord zijn van groot belang wil een terreinbord het gewenste effect sorteren. Terminals doen er dan ook verstandig aan hierover advies in te winnen. Houdt wel met een ding rekening: de chauffeur of schipper in loondienst is veelal niet bevoegd om zijn werkgever te vertegenwoordigen bij het aangaan van aansprakelijkheidsuitsluitingen, waarmee de optimale werking van terreinborden om deze reden beperkt kan zijn.

COM_TAGS_READ_MORE

Toepasselijkheidverklaring van expeditievoorwaarden door de opdrachtgever

De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs in een, (nog) niet gepubliceerd, vonnis een oordeel gegeven over de toepasselijkheid van expeditievoorwaarden. In deze zaak was het niet de expediteur die naar deze voorwaarden verwees en daar een beroep op deed, maar de opdrachtgever van de expediteur.

COM_TAGS_READ_MORE