view

Tijdens (graaf)werkzaamheden, baggeren of het vissen op zee per ongeluk een ondergrondse kabel of leiding raken. Dit zorgt regelmatig voor hoofdpijn bij de schadeveroorzaker en zijn aansprakelijkheidsverzekeraars. Bij dergelijke schades wordt vaak niet alleen gediscussieerd over aansprakelijkheid, maar ook over de hoogte van de gevorderde schade. De schade wordt namelijk veelal door de netbeheerder zelf hersteld met inzet van eigen materiaal en personeel, waarna de rekening wordt gepresenteerd. Discussie voeren over de hoogte van deze rekening is vaak lastig. De Hoge Raad biedt met haar arrest van 21 februari 2020 (ECLI:NL:HR:2020:315) daarvoor echter wel ruimte.

Aan het arrest van de Hoge Raad lag de volgende casus ten grondslag. Een geschil was ontstaan tussen Liander, een netbeheerder, en Meeus, een verzekeringstussenpersoon, over de door Liander gebruikte tarieven voor inzet van haar personeel bij afwikkeling van kabel- en leidingschades. Partijen waren overeengekomen om bij wijze van prorogatie (ex art. 329 Rv) aan het Hof de vraag voor te leggen voor een objectieve maatstaf die bij de afhandeling van schades kan worden gehanteerd. Uitgangspunt voor partijen was dat abstracte schadeberekening1 diende te worden toegepast om de schade te begroten en dat daarbij diende te worden aangesloten bij het tarief van een ‘bekwaam reparateur’.

Liander meende dat dit de tarieven zouden zijn die netbeheerders gebruikelijk bij schadeherstel voor werk van hun personeel in rekening brengen. Meeùs beargumenteerde daarentegen dat moet worden aangesloten bij het gemiddelde bedrag dat een representatieve groep aannemersbedrijven in soortgelijke gevallen in rekening brengt. Liander kreeg ongelijk van het Hof. Het Hof overwoog dat bij de abstracte schadeberekening geen rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat Liander en de andere netbeheerders bij uitsluiting in eigen beheer storingen detecteren en herstellen. Liander ging tegen dit oordeel in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt in haar arrest van 21 februari 2020 dat Liander terecht betoogt dat niet geabstraheerd zou moeten worden van het feit dat werkzaamheden feitelijk of wettelijk alleen door eigen medewerkers van Liander kunnen of mogen worden uitgevoerd. In zo’n geval dient de door een storing veroorzaakte schade echter wel te worden begroot op de naar objectieve maatstaven vast te stellen kosten die een netbeheerder maakt om een dergelijke storing met inzet van eigen medewerkers te verhelpen. Kort samengevat, ook bij abstracte schadeberekening dient rekening te worden gehouden met objectieve grondslagen. De Hoge Raad oordeelt voorts dat het Hof terecht oordeelde dat de tarieven die Liander voor storingsherstel hanteert, niet in een vrije markt tot stand komen omdat een dergelijke markt ontbreekt. Daarin ligt besloten dat de vergelijking met tarieven die andere netbeheerders voor storingsherstel hanteren een onvoldoende objectief aanknopingspunt is, omdat onvoldoende duidelijk is waarop deze tarieven berusten. De door Liander aangereikte ‘objectieve’ aanknopingspunten leggen onvoldoende gewicht in de schaal om de door haar gehanteerde tarieven zonder meer als juist te aanvaarden. De door Liander genoemde factoren die haar tarief mede bepalen zijn daarvoor niet voldoende. Liander geeft daarmee namelijk geen inzicht in de daaraan verbonden kosten of in de opbouw van de door haar of andere netbeheerders gehanteerde tarieven.

Resumerend, het kan dus lonen om op basis van dit nieuwe arrest van de Hoge Raad verweer te voeren wanneer u geconfronteerd wordt met een door een netbeheerder gepresenteerde rekening voor herstel van een kabel- of leidingschade. De positie van de schadeveroorzaker/grondroerder is door het arrest van de Hoge Raad namelijk verbeterd.


1 Dit houdt in dat de rechter bij het begroten van de schade in beginsel abstraheert van omstandigheden die de bijzondere situatie van de benadeelde eigenaar betreffen. Zie in dat kader HR 26 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0357 (Reaal Schadeverzekering/Athlon Car Lease), rov. 3.6.1.